Polaroid Photo

Pictures from In het land van rijst en honing

In het land van rijst en honing

"And he also speaks Orange! … Mandarin, honey!"

Choose a Topic:

Sun
14
Aug '16

Wit Rusland

​Het is de eerste keer dat ik vanaf Zaventem vlieg sinds de verscherpte veiligheidsmaatregelen. Buiten staat er inderdaad een tent waar al de baggage door de scanner moet. Langs rechts staat er een langere rij dus ga langs links. En daar is er geen enkele controle, geen enkele scanner of bewaker, waarna ik vrolijk en ongecontroleerd naar binnen loop. Het is- en blijft toch België….

Op naar het laatste communistische land, de laatste dictatuur in Europa. Maar is dat zo, of is dat wat we horen op TV? Ik probeer het te ontdekken.

De munt is hier enorm gedevalueerd en er circuleren verschillende biljetten. Sinds 2 weken geleden is heeft men 4 nullen laten vallen. Als je een muntje in het nieuwe geld uitgeeft krijg je soms een pak van een centimeter aan briefjes terug. Desondanks zijn de mensen wel heel eerlijk: ik vergiste me al enkele keren waardoor ik bijna het 10 dubbele uitgaf, waarna steeds een vriendelijke afwijzing volgde.

Om Wit Rusland binnen te komen moet je wel wat moeite doen. Qua bureaucratie kan het hier wel tellen en dat begint al bij de aanvraag van een visum. In het land zelf zijn er leuke dingen te zien maar is er niets uitgebouwd voor toerisme. Met rondvragen kom je verder dan met opzoekwerk. Als je langer dan 5 dagen het land bent moet je je registreren, in principe op elke plaats waar je verblijft. Vermits ik daar al helemaal geen zin in heb maak ik een afspraak met het hotel dat ik daar zogezegd de hele tijd ben tot ik het land verlaat en zodus kan ik rondlopen als een vrij man 🙂 Het registratie kantoor is uiteraard niet in het centrum- het mag niet te eenvoudig zijn, en na lange tijd mag ik, gelukkig net voor de lunchpauze nog binnen. Nadat ik de 14 verplichte stempels heb gekregen kan ik verder. Nieuw businessmodel: stempelinkt verkopen in Wit Rusland.

Wit Rusland is misschien het kleine broertje van Rusland, maar er is wel een verschil met de Russische steden. Veel- veeel minder druk, rustig, niet uitbundig maar gezellig, en eerder laagbouw, zoals een buitenstad in Rusland bijna, naar even proper. Elke avond (gratis) muziek, veel bewaking en natuurlijk geen enkel pijltje naar de bezienswaardigheden. 

Het lokale bier heet hier “Avond in Brugge”. Ik heb geprobeerd om te vragen waarom het niet avond in Minsk noemt, waarop het antwoord was dat België cooler is dan Minsk. Dat weten we dan ook weeral.

De volgende dag ga ik naar de 2 belangrijkste UNESCO kastelen in Wit Rusland, 120 km van Minsk. In elke reisgids en op internet staat dat het vervoer gigantisch moeilijk is en bovendien er geen connectie is tussen beide kastelen waardoor ik weinig goeds verwachte, maar in de praktijk valt het met de lokale bussen allemaal wel heel goed mee.

Op naar Brest, 380 km verder en vlak tegen de grens van Polen. De stad is bekend voor hun belangrijk oorlogsmonument en dat heeft meteen de bijnaam gekregen als lelijkste monument ter wereld. De trip dus meer dan waard.

In het centrum is er nog een stuk waar er originele olielampen in de lantaarns zitten. Uiteraard is al de rest elektrisch, maar omwille van nostalgie komt men hier nog elke dag om 21.30 de olielampen aansteken, tot groot jolijt van de voornamelijk Russische toeristen die daar gretig foto’s van nemen. Om 05.30 komt men de olielampen terug uitdoven- ik geloof de informatie en controleer alleen de avondversie.

Wit Rusland is bij ons het best gekend voor hun groot natuurpark waar er als enige plaats nog bizons leven. In het grote park kan je ook zwemmen, en alhoewel de vijver pikzwart ziet blijkt dit een natuurlijk verschijnsel te zijn algen die olie afscheiden. Te ver kan je hier niet lopen want het ligt op de grens van Polen en zoals ze hier zeggen: er loopt zoveel security rond dat zelfs de wilde dieren de grens niet oversteken.

Dan naar Grodno. De stad lijkt enorm Europees- alleen weeral tientallen keren properder.

Van Grodno ga ik met een nachttrein naar de volledig andere kant van het land, naar Poletsk en Vytebsk. Vytebsk is waarschijnlijk ook een van de charmantere steden in Wit Rusland. Het is de geboorteplaats van de kunstenaar Mark Chagall en er zijn 2 musea aan hem gewijd.

De grens over, naar Rusland. Het valt op dat je geen entry-stempel krijgt, en er weinig controle is.

Mon
6
Jul '15

Na een heel geslaagd trouwfeest ga ik verder. Ik vertrek al heel vroeg zodat ik een tussenstop kan maken in Oradea. Jammer genoeg is men aan het renoveren ik ga verder naar Timosoara. De stad is bekend omdat hier de eerste protesten tegen Ceaucescu uitbraken. Het begon allemaal met een priester die mensen dichterbij bracht met elkaar en de armen hielp. Dat zinde het regime niet en men wilde hem verbannen. Er brak een groot protest uit en Ceaucescu schakelde het leger in om op de mensen te schieten. De lijken werden in het geheim overgebracht naar Belgrado en werden daar verbrand of begraven. Maar de opstand verspreidde zich en Ceaucescu deed een allerlaatste poging met een propagandastoet, die echter verkeerd uitdraaide. Er is een heel museum aan deze opstand toegeweid. Timosoara is ook de lichtstad van Roemenie, dus het loont om ook eens ‘s nachts rond te wandelen.
De volgende morgen moet ik echter al heel vroeg de trein op, naar Servie. Er is geen rechtstreekse trein en we moeten overstappen in Vrsac. Baggage controleren, een stempel, en ik ben vrij vlot de grens over.
De aankomst in Belgrado is niet meteen spectaculair: een verlaten treinstation met 2 sporen, grijze gebouwen, niet echt een leuke buurt. Blijkbaar is men aan het hoofdstation aan het werken. Ik heb natuurlijk geen geld en er zijn geen bankautomaten of wisselkantoors maar na een wandeling van 20 minuten ben ik in het centrum. En dat is geweldig! Overal wordt gezongen, gedanst, is er live muziek. Belgrado is hip en wil dat laten weten.
Ik ga naar Novi Sad, de tweede grootste stad, waar het bekende Exit festival wordt gehouden (met the Prodigy, Motorhead, Faithless, …). Heel modern. Een ander leuk stadje is Golubac, op 2,5 uur rijden van Belgrado. Er ligt een mooi kasteel, jammer genoeg is er geen verkeer en moet ik nog een uutje te voet. Het kasteel wordt gerenoveerd maar ik geraak aan de praat met de ploegbaas. Zodoende krijg ik toch een rondleiding, we moeten blijkbaar wel oppassen want er zitten gevaarlijke slangen- ik zie er ook 2, waarbij de ploegbaas ook vrolijk “that’s the jumping snake, very lethal, come take a picture” uitroept.
Terug in Belgrado dan. Belgrado is echt een van de beste feest-steden. Er is natuurlijk een kasteel, het Joegoslavie museum (een onderwerp dat ook vaak terugkomt en iets wat men nog niet vergeten is, en alhoewel de mensen zeggen dat de meningen verdeeld zijn, zie je hier bv. nu veel Putin t-shirts en soevenirs met verwijzigen tussen Kosovo en de Krim).
Soit, het echte leven speelt zich af op straat. Van een soort “Montmartre” buurt tot een Meir, men heeft het hier. Belgrado ligt niet aan de zee, dus dachten de Serviers: we graven gewoon een groot artificieel meer. Image is everyhing en soms lijkt het wel of je op een modeshow bent beland. Er is nu een strand en kan je zwemmen of verschillende watersporten doen. Ik waag me aan carabining om aan de andere kant van het meer te geraken 🙂 Onnodig om te vertellen dat dit ‘s alles avonds omgetoverd wordt in een soort van openlucht discotheek: er zijn tientallen bars met live muziek, of als je dat niet goed vindt, kan je starten met house om later op de avond 100 meter verder af te sluiten met een rustiger jazz muziekje.
Hou je niet van stijl, muziek, zwemmen, zon, goedkope cocktails en feesten tot in de vroege uurtjes dan blijf je maar beter ver uit de buurt van Belgrado.

P1000429

P1000546

P1000595

P1000665

P1000852

P1000989

P1010101

P1010141

P1010153

P1010304

Thu
25
Sep '14

In het spoor van Dracula

Toch nog even een kort berichtje uit Roemenië dan. Het is hier in elk geval veel moderner dan gedacht, tot zelfs de buitenwijken zijn redelijk goed. Na het openlucht museum in Boekarest bezoek ik het gigantische parlementsgebouw van de dictator Ceausescu (het tweede grootste gebouw ter wereld na het Pentagon). Hij liet het gebouw bouwen na de aardbeving en het was de bedoeling dat hij vanop het balkon het volk op het gigantische plein zou kunnen toespreken. Zover kwam het echter niet, er brak revolutie uit en de enige die ooit van op dat balkon een grote menigte toesprak was Michael Jackson, die echter jammer genoeg ‘Hello Budapest’ schreeuwde in plaats van Bucharest.
Daarna neem ik de trein naar Constanta waar ik mijn Oekraïens reisgezelschap ontmoet. Een stad aan de zwarte zee met een prachtig casino, vervallen en niet meer in gebruik maar dat geeft het juist een authentiek uitzicht.
Een van de mooiste kastelen van Roemenië (en misschien een van de mooiste die ik ter wereld heb gezien) ligt bij Sinaia: Peles.
Verder naar Brasov. Roemenië zou volgens de reisadviezen een van de gevaarlijkste landen in Europa zijn om te rijden, met het meeste aantal verkeersdoden, putten in de weg en verkeersborden die er enkel ter versiering staan, dus ik twijfelde allereerst om zelf te rijden. In de realiteit is er ondertussen veel veranderd en is Roemenië een echt roadtrip land: de meeste wegen zijn vrij goed (de transfagarasan road werd door top gear als een van de beste wegen ter wereld bestempeld) en de chauffeurs rijden hier misschien wel wat sneller maar zijn niet zo agressief als in België (hier laten ze je bv altijd invoegen wat in België zeker niet het geval is). Rijden in Italië is bv veel erger dan hier! We huren dus enkele dagen een auto om de buurt te verkennen: We komen aan in Transsylvanie en gaan naar Bran, waar je het legendarische kasteel van Dracula, de film die geïnspireerd werd op Vlad Tepes, die bekend was om zijn bloederige folteringen, kan vinden. Zijn slachtoffers werden doorspiesd met een soort van speer door hun achterwerk tot vlak voor hun schouder zodat er geen vitale organen werden geraakt en het minimum 48 uur duurde vooraleer ze volledig doodgebloed waren. Een super gezellige kerel dus, en een goed voorbeeld voor Bram Stoker om er een horror/vampieren film op te baseren.
We slapen in een hotelletje met uitzicht op het griezelige kasteel en krijgen gelukkig geen bijtgraag bezoek 🙂
We passeren in Sibiu, Biertan, Rupea, Sighisoara, Medias, Alba Julia. Oude kastelen, citadellen, versterkte kerken om indringers tegen te houden en paard en kar op de straat. De dorpscentra zijn super gezellig en de Roemenen zijn eigenlijk uitermate vriendelijk. Van onveiligheid of lastige zigeuners zoals bij ons het idee leeft merk ik eigenlijk niets.
We nemen de bus naar Cluj en verblijven daar bij een landgenoot die ik daar ken. Op een of andere manier kunnen we er voor een dag een oude BMW op de kop tikken en zijn dus weer wat mobieler. Elk waarschuwingslampje flikkert vrolijk maar de auto rijdt wel goed. Iets buiten Cluj bevinden zich de indrukwekkende zoutmijnen van Turda. Ze zijn niet meer in werking en het lijkt alsof je in een geheim UFO centrum van de X-Files bent beland. Commercieel wordt het ook wel uitgemolken: meer dan 100 meter onder de grond, met af en toe nog druppelend zout water dat op je hoofd plenst, kan je bowling, biljart spelen of bootje varen. Redelijk surreëel eigenlijk….
Vermits we toch een auto hebben rijden we echt wat meer van de standaard plaatsen af: in de microrayon Huedin wonen de mensen nog redelijk authentiek, met een oude houten watermolen waar men meel mee maalt om brood te bakken. De oude eigenares ziet aan de nummerplaat dat we uit Cluj komen en is erg onder de indruk: toeristen helemaal vanuit Cluj, wel 150 km ver weg! De verbazing was nog net iets groter toen we België en Oekraïne vermeldden, echt grappig 🙂
De nachttrein op, naar Boekarest om daar nog een paar dingen in de buurt te doen. Groeten uit vampierenland!

image

image

image

image

image

image

image

image

image
image

image

image

image

image

image

image

Sun
3
Aug '14

Rondreis in Georgië

We nemen afscheid van het land van de rijdende gasbommen en rijden in één keer door naar bijna de andere kant van Georgië. Zugdidi is de toegangspoort naar Abchazië, de afvallige republiek die zich defacto onafhankelijk verklaarde. Weer een conflictgebied dus. In 2008 keek iedereen naar de olympische spelen, en saakhashvilli, dacht snel orde op zaken te stellen en marcheerde Abchazië binnen. Daarop brak de oorlog uit tussen Rusland en Georgië. We gaan verder naar Svaneti, naar het hoog gelegen en geïsoleerde dorp Mestia. Hier kan je nog meer dan 175 koshkebi’s vinden, stenen verdedigingstorens. Het is zo afgelegen dat het nooit werd ingenomen en tijdens de invasies belangrijke religieuze artifacten hier werden ondergebracht.
Het weer slaagt wat tegen dus we gaan naar de kust, naar de prestigieuze badstad Batumi. Modern, elite, en alles voor de toerist: men heeft hier zelfs plannen om een fontein te bouwen die Chacha, de lokale alcoholische drank van maar liefst 65 graden, zou gaan spuiten. De fontein bestaat nog niet dus ik geraak onbeschadigd terug weg 🙂
Naar Vardzia dan. De stad bestaat uit een grottencomplex van ongeveer 6000 ‘grot-appartementen’ en werd gebouwd als bescherming tegen de Mongolen. Na een aardbeving werden de grotten gedeeltelijk zichtbaar.
We maken een tussenstop in Gori, de geboortestad van Stalin. Er is nu en gigantisch museum gewijd aan hem en je kan ook zijn huis en de kogelvrije treinwagon bekijken waarmee hij reisde.
Vlakbij de grens van Azerbeidzjan ligt het Davit Garetta klooster. Het ligt in het midden van de woestijn, een uur rijden in snikhete  temperaturen. Het is een hele klim en er zitten giftige slangen maar het is wel enorm mooi. De weg kronkelt tussen Georgië en Azerbeidzjan, om alles te kunnen zien moet je meerdere malen (illegaal) de grens over- achter het klooster ligt er kilometers woestijn, waardoor grenscontrole niet echt nodig is. De taxichauffeur vertelt, net zoals vele van zijn oudere collega’s, tijdens de rit met heimwee sovjet verhalen, klaagt over de huidige regering en hoeveel beter het tijdens de sovjet unie was. Nu hebben we onze democratie, onze vrijheid, zegt hij. De vrijheid om niets te hebben, de vrijheid om geen werk te hebben. Hah, democratie.
Betaal niet meer dan 8 lari voor het busje naar Tbilisi, zegt hij. De jeugd is kapitalistisch en probeert de toeristen op te lichten. Maar je hebt het niet van mij. Anders krijg ik ruzie met de andere chauffeurs.
We komen aan bij het busstation en er komt direct iemand af die 15 lari vraagt. 15, vraag ik? Iedereen weet toch dat de prijs naar Tbilisi exact 8 lari is? De buschauffeur vloekt en zegt, je loopt hier precies al een tijdje rond, want je kent de prijzen goed. De taxichauffeur knipoogt en we vertrekken terug, richting Tbilisi.

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

Fri
25
Jul '14

Armenië

Men gooit nog even een kannetje water over de tapijt (een gebruik om geluk te wensen op reis, de weg wordt ‘schoongemaakt’ en we vertrekken. We zijn onderweg naar Armenië, de aartsvijand van Azerbeidzjan. De twee landen zijn immers in oorlog omwille van het Nagorno Karabach conflict, en zoals een soldaat mij vertelde, alhoewel er sinds 1994 een wapenstilstand is, gaat er geen dag voorbij of er wordt over en weer geschoten.
Voor wie de geschiedenis niet kent: in de 18e eeuw was Karabach vooral Azeri gebied. De Turken trokken verder door waardoor Armeniërs naar Karabach vluchtten en het gebied begon langzaam aan een Armeense meerderheid te krijgen. 1988. Perestrojka, de nederlaag in Afghanistan, Gorbachov had iets nodig om de aandacht af te leiden. De Armeniërs eisten de overdracht van Karabach naar Armenië (en dat niet zonder Russische ondersteuning). Moordpartijen van beide kanten volgden waarover nu beide landen elkaar tot nu toe beschuldigen.
In 1990 stuurde Gorbachev het leger naar Baku, de Armeniërs begonnen meer en meer gebied van Karabach in te nemen en blokkeerden de treinroute naar Nakhivan. Daarop blokkeerde Azerbeidzjan het treinverkeer naar Yerevan. Toen kwam de finale nederlaag. Geen probleem, dachten de Azeri’s. De wereld en Amerika zal wel ter hulp komen. Maar Amerika leed aan plotselinge amnesie over de Nakhivan blokkade en legde zelfs sancties op aan Azerbeidzjan voor de Yerevan blokkering.
Natuurlijk zijn er steeds beide kanten van het verhaal en ondertussen sprak ik met mensen van beide kanten die de oorlog meemaakten en aan het front stonden, waardoor het moeilijk is een standpunt in te nemen. Eigenlijk schiet nu iedereen op iedereen en niemand weet nog waarom…
We ondervinden ook de hinder van dit conflict want de grens is uiteraard gesloten. Twee nachttreinen, 3 landen, 4 stempels, 2 tijdzones, 3 munteenheden, zoveel moeite kost het om gewoon om net aan de andere kant van de grens te geraken. Via Tbilisi in Georgië dus. Met temperaturen die tegen de 40 aanlopen en na een nachttrein bestaat uiteraard de kans dat de mensen enkele meters afstand beginnen te houden. Maar wat doe je als je alwéér de nachttrein op moet en geen hotel hebt? Naar de sulferbaden natuurlijk! Net zoals in Rusland of het midden oosten zijn publieke baden hier heel populair, alleen zit er hier sulfer in het water wat heilzaam en gezond zou zijn. Bij het binnenkomen nodigt de geur van zwavel en rotte eieren je al uit om verder te komen, waarna je je in bijna kokend water met dezelfde geur kan onderdompelen. Heerlijk! Wie wil weten of voorbijgangers daarna terug minder afstand houden moet zelf maar eens naar Georgië komen…
Armenië is duidelijk het armere land van de drie. Dat merk je al van in de trein: een oude sovjet trein zoals je die al bijna in Rusland niet meer vindt. Service nihil.  Grenscontrole is quasi onbestaand. Yerevan is niet de interessantste stad maar er zijn veel dingen in de buurt die de moeite waard zijn: het Geghard klooster, Garni, het Khor Virap klooster (vlak aan de grens met Turkije met zicht op de Ararat berg), dus vooral kloosters en kerken.
Openbaar vervoer bestaat hier, maar je moet geduld hebben. Niemand weet echt wanneer en of een bus aankomt. Taxi’s zijn wel enorm goedkoop. Bijna iedereen rijdt hier op gas- geen LPG, maar puur aardgas. Ook op de bussen zie je bovenaan rode gasflessen. Als je gaat tanken, moet iedereen uitstappen en afstand houden. Het is heel goedkoop, maar af en toe kan een tank wel eens ontploffen, legt de chauffeur uit. Kijk maar, hoe men alles aansluit, zegt hij, terwijl hij een sigaretje opsteekt. Hij neemt nog een trekje en zegt, kom, laat ons op een veilige afstand gaan staan. Je kan niet voorzichtig genoeg zijn. We gaan 5 meter verderop staan. Veiligheid voor alles!
We rijden verder naar Yeghednadzor, in het midden van Armenië. Wegen zijn slecht, maar Lada’s overwinnen alles. De auto’s zijn onmogelijk kapot te krijgen en geraken, en met een beetje moeite en een occasionele- elk half uur- stop omdat de motor overhit geraakt, op plaatsen waar de beste 4×4 uit Europa moeite mee zou hebben.
Het uiterste punt van Armenië ligt ingesloten tussen Nagorno Karabach en Iran. Bijna elke vrachtwagen die je hier ziet komt uit Iran, Armenië voert veel dingen in uit Iran, en we zitten uiteindelijk ook vlakbij de grens. Of willen de Iraanse  chauffeurs gewoon van de gelegenheid gebruik maken om een glaasje Armeense cognac te drinken? Armenië is het enige land dat van Frankrijk een licentie kreeg om hun brandy ‘cognac’ te noemen, omwille van de uitmuntende kwaliteit die werd vastgesteld in een wedstrijd ergens in 1900. Ararat cognac is inderdaad de moeite!
Grote trekpleister is hier het Tatev klooster, dat je bereikt via een lange kabelbaan. Met lang bedoelt men hier ‘lang’ – het is de allerlangste kabelbaan ter wereld en is maar liefst 6 km lang!
We rijden terug richting Georgië, via de prachtige bergen en overnachten in de Debed vallei. Vanuit het zwembad kijken we hier uit naar de prachtige vallei en kunnen we de vervallen ruïnes in de buurt bezoeken.
Terug de grens over naar Georgië. Het moet echt een mooi land zijn. In minder dan 3 weken ben ik er immers al 3 keer geweest!

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image